Informatie

Het Koninklijk Besluit (KB) van 25 april 2002

Het Koninklijk Besluit (KB) van 25 april 2002 (gecoördineerde versie van 10 april 2025) betreffende de financiering van Belgische ziekenhuizen bevat een complex systeem van principes die aan de basis liggen van de ziekenhuisfinanciering.

De belangrijkste fundamentele principes van het KB zijn:

  1. Opdeling van het budget in vaste en variabele delen. Elk ziekenhuis ontvangt een budget dat bestaat uit:
  2. Drie grote delen van het budget:
  3. Vaststelling en toekenning per dienstjaar
  4. Gedifferentieerde benadering per ziekenhuistype en dienst
  5. Activiteiten en referentieaantallen
  6. Modaliteiten voor herziening en aanpassing
    Budgetten kunnen worden bijgesteld bij:
  7. Normenkoppeling en verantwoording
  8. Specifieke bepalingen voor sociale akkoorden

Het Budget Financiële Middelen (BFM)

Het Budget Financiële Middelen (BFM) vormt een belangrijk onderdeel van de financiering van de Belgische ziekenhuizen en bepaalt in grote mate hoeveel middelen een ziekenhuis ontvangt. Factoren zoals het aantal erkende bedden, zorgzwaarte, ligduur, pathologieën en specialisatiegraad spelen een cruciale rol in de berekening van het BFM.

Het BFM is bedoeld voor de dekking van de vaste kosten van een ziekenhuis (verplegend personeel + onroerend goed) en wordt uitbetaald aan de ziekenhuizen (erkenningsnummer). De uitbetaling gebeurt voor ongeveer 80% op basis van maandelijkse betalingen door elk ziekenfonds volgens zijn aandeel van patiënten in het ziekenhuis in de laatst bekende Minimale Ziekenhuisgegevens (MZG, op basis waarvan het BFM voor het betreffende begrotingsjaar is vastgesteld). Verder voor ongeveer 10% op basis van een vaste prijs per opname (verpleegdagprijs) en voor ongeveer 10% op basis van het aantal gefactureerde (klassieke) ziekenhuisdagen.

In België worden erkende en verantwoorde bedden gebruikt als basis voor verschillende aspecten van de ziekenhuisfinanciering. Dit onderscheid speelt een belangrijke rol bij de berekening van subsidies, budgetten en vergoedingen. De belangrijkste aspecten waarvoor deze bedden relevant zijn, zijn:

De Belgische overheid werkt aan hervormingen om de financiering minder afhankelijk te maken van erkende bedden en meer te baseren op effectieve activiteit.
Enkele mogelijke wijzigingen:

De grafieken tonen de evolutie van het Budget Financiële Middelen (BFM) voor de Belgische ziekenhuizen op 1 juli per budgettair type en per onderdeel op basis van de cijfers en rapporten van de FOD VVVL:

Onderdelen van het Budget Financiële Middelen (BFM)

Het BFM bestaat uit de volgende onderdelen:

Verschuiving van bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid naar de gemeenschappen

De verschuiving van bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid naar de gemeenschappen, in de context van de zesde staatshervorming, betreft een belangrijke overdracht van financiering en verantwoordelijkheid voor ziekenhuisinfrastructuur. Dit omvat de elementen A1 (afschrijvingen en lasten van uitrusting) en C1 (bijkomende financiering voor infrastructuur) van het Budget van Financiële Middelen (BFM).

Deze elementen vertegenwoordigen een substantieel deel van de overheveling, met name ongeveer 9% van het BFM (vaak gerelateerd aan de investeringsenveloppe die naar de deelstaten gaat). De gemeenschappen werden verantwoordelijk voor het beleid inzake infrastructuur, terwijl de federale overheid de functioneringskosten (via RIZIV) behield. De overdracht maakte deel uit van een bredere evolutie waarin de gemeenschappen bevoegd werden voor het bepalen van de erkenningsnormen en de investeringsfinanciering van ziekenhuizen.

B1 - de kosten voor de gemeenschappelijke diensten

Onderdeel B1 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen betreft de kosten voor de gemeenschappelijke diensten, ook wel de "gemeenschappelijke functionele eenheden" genoemd. Dit is een cruciaal onderdeel van het financieringsmechanisme van ziekenhuizen en is bedoeld om de werkingskosten te dekken van de ondersteunende diensten die niet direct aan een specifieke patiëntenzorgactiviteit gekoppeld zijn, maar wel noodzakelijk zijn voor de goede werking van het ziekenhuis.

Wat valt er onder B1: Gemeenschappelijke diensten?

Enkele typische diensten die hieronder vallen:

Het B1-gedeelte wil deze "overhead"- of ondersteunende kosten gedeeltelijk of volledig dekken via het BFM.

Wat heeft een positief effect op B1 (verhoogt de financiering)?

Wat heeft een negatief effect op B1 (verlaagt de financiering)?

B2 - de kosten voor de klinische diensten (B2 punten)

B2 punten evolutie - absoluut
B2 punten evolutie - relatief
[B2 Punten]
[B2 Punten Index]

Wat houdt B2 in van het Budget Financiële Middelen?

B2 gaat over de financiering van de kosten voor de klinische diensten, ook bekend als B2-puntenfinanciering
Dit onderdeel dekt de werkingskosten van:

Wat wordt precies gefinancierd via B2?

Let op: artsenhonoraria vallen hier niet onder.

Hoe werkt het B2-puntensysteem?

Ziekenhuizen krijgen B2-punten toegewezen op basis van:

De waarde van een B2-punt wordt jaarlijks vastgelegd door de overheid (via KB) en kan variëren.

Wat heeft een positief effect op B2-financiering?

Wat heeft een negatief effect op B2-financiering?

B2-financiering en B2-punten

In de Belgische ziekenhuisfinanciering verwijst de basiswaarde van een B2-punt naar het bedrag dat een ziekenhuis ontvangt voor bepaalde verstrekkingen die onder het B2-systeem vallen. Dit systeem is een onderdeel van de forfaitaire en prestatiefinanciering binnen ziekenhuizen. B2-punten vormen een essentieel onderdeel van het Budget Financiële Middelen (BFM) dat ziekenhuizen ontvangen. Ze dienen specifiek voor de financiering van verpleegkundige personeelskosten in het ziekenhuis.

Het B2-deel vertegenwoordigt ongeveer 40% van het totale ziekenhuisbudget. Ziekenhuizen ontvangen B2-punten op basis van het aantal zogenaamde "verantwoorde bedden". Dit aantal is berekend aan de hand van:

Hoe werkt het systeem?

Basisfinanciering personeelskosten

Differentiatie tussen afdelingen
Niet elke ziekenhuisafdeling ontvangt evenveel punten per bed:

Dit reflecteert de verschillende vereisten aan personeelsinzet en zorgcomplexiteit.

Voorbeeld: Voor C- en D-bedden geldt 1 punt per verantwoord bed.

  1. Bepalen van de personeelsnorm per punt:
    Voor C- en D-bedden is de norm vastgesteld op 12 Voltijds Equivalenten (VTE) per 30 bedden. Aangezien één verantwoord bed gelijkstaat aan één punt, berekenen we het aantal VTE per punt als volgt: 12 VTE / 30 bedden = 0,4
  2. Berekenen van het aantal punten per VTE:
    Om te weten hoeveel punten (en dus welk budget) er nodig is om één volledige VTE te financieren, nemen we het omgekeerde van de ratio uit stap 1, namelijk 1 / 0.4 = 2,5 punten per 1 VTE.
  3. Financiële waardering van de VTE:
    De waarde van één B2-punt op 1 juli 2025 is vastgesteld op 37.570,10 Euro. De totale waarde van één VTE wordt berekend door het aantal benodigde punten te vermenigvuldigen met deze puntwaarde:
    37.570,10 Euro x 2,5 = 93.925,25 Euro.

Aanvullende financiering

Het aantal basispunten wordt voor de verantwoorde C-bedden, uitgezonderd de C-bedden voor daghospitalisatie, D-, E- en I-bedden, wordt verhoogd op basis van extra punten.

Voor de berekening van de NRG's wordt gebruik gemaakt van Principal Component Analysis (PCA, statistische opbouw), K-means clustering en het theorema van Bayes. De theorie van Bayes wordt toegepast voor het identificeren van de intensieve zorgperiodes (INT).

Waarom zijn B2-punten belangrijk?

Samengevat:
B2-punten zijn een gewogen maat voor verantwoorde ziekenhuisactiviteit, waarop een belangrijk deel van de Belgische ziekenhuisfinanciering gebaseerd is. De basiswaarde per punt bepaalt mee hoeveel geld een ziekenhuis ontvangt voor zijn klinische zorgverlening.
Bron: KCE Report 302A, met name sectie 3.2.1 en 3.2.2

Financiering van verpleegeenheden

In het Koninklijk Besluit (KB) betreffende de ziekenhuisfinanciering worden de punten en decielen gebruikt als instrument voor de financiering van verpleegeenheden binnen de ziekenhuizen. Verschillende onderdelen van het BFM maken gebruik van punten en decielen, zoals bvb. voor de kosten van de medische producten op de verpleegeenheden.

De belangrijkste principes zijn:

  1. Punten: maat voor werklast en zorgzwaarte
  2. Decielen: relatieve rangschikking
  3. Toepassing binnen deel B2 van het budget
  4. Jaarlijkse herziening:
  5. Doel: eerlijke en gedifferentieerde financiering

Verstrekkingen die een significante invloed hebben

Uit het Koninklijk Besluit en de Belgische ziekenhuisfinancieringspraktijk blijkt dat bepaalde soorten verstrekkingen (vermeld in de RIZIV-nomenclatuur) een significante invloed hebben op zowel:

De belangrijkste categorieën van verstrekkingen zijn:
  1. Verpleegkundige verstrekkingen met zorgzwaarte:
    Verstrekkingen die wijzen op intensieve zorgbehoefte, zoals: Invloed: deze verhogen het aantal zorgpunten per verblijfsdag, wat leidt tot een hogere decielscore van een verpleegeenheid.
    N.B.: Artikel 8 (Verpleegkundigen) van de nomenclatuur bepaalt welke verpleegkundige zorgen meetellen, VG-MZG registreert ze, en NRG's gebruiken die data om de zorgzwaarte en financiering van verpleegeenheden te bepalen:
  2. Technische verstrekkingen door artsen:
    Bijvoorbeeld: Invloed: deze technische verstrekkingen worden vaak geleverd aan patiënten op diensten met hoge zorgcomplexiteit, en verhogen het profiel van de eenheid.
  3. Intensieve en gespecialiseerde zorgen (IC/MIC/NIC):
    Codegroepen gelinkt aan: Invloed: deze hebben directe impact op de decielindeling van intensieve diensten en trekken aanzienlijke budgetten aan via variabele parameters.
  4. Chronische en geriatrische zorgprestaties:
    Prestaties rond: Invloed: minder acuut, maar relevant voor de Sp-, G- en geriatrische diensten, die aparte vergoedingsmechanismen kennen.
  5. Dagziekenhuisverstrekkingen:
    Prestaties in een ambulante context, zoals: Invloed: telt mee in de prestatiegebonden financiering en beïnvloedt het variabel deel van het budget voor daghospitalisatie-eenheden.

Samenvattend kunnen we stellen, dat de meest invloedrijke verstrekkingen op decielen en financiering zijn die welke:

* Artikel 8-verstrekkingen worden geregistreerd binnen de VG-MZG-structuur door ze te koppelen aan de overeenkomstige VG-MZG-codes. Deze codes zijn gebaseerd op de Nursing Interventions Classification (NIC) en zijn aangepast aan de Belgische context.

B3 - de werkingskosten voor medisch-technische diensten

Onderdeel B3 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen heeft betrekking op de werkingskosten voor medisch-technische diensten. Dit onderdeel is bedoeld om de kosten te dekken van medische activiteiten die technisch van aard zijn en vaak een ondersteunend karakter hebben ten opzichte van de directe patiëntenzorg.

Wat valt er onder B3: Werkingskosten medisch-technische diensten?

B3 omvat de financiering van de werkingskosten voor diensten die technische of medische handelingen verrichten, meestal op voorschrift van een arts.
Denk daarbij aan:

Het gaat niet om de honoraria van artsen, maar om de ondersteunende kosten: personeel (assistenten, technici), onderhoud van apparatuur, verbruiksgoederen, ICT, enz.

Hoe wordt B3 berekend?

B3 wordt grotendeels berekend op basis van:

Er is ook een element van plafonnering of aanpassing aan budgettaire enveloppes, wat wil zeggen dat het bedrag soms politiek wordt bijgestuurd.

Wat heeft een positief effect op B3?

De activiteiten van de medisch technische diensten dienen daarbij evenwel in een zekere relatie te staan tot de case mix (patiëntenmix) van het ziekenhuis en gerelateerd aan internationale en wetenschappelijk onderbouwde praktijkvoering (multidomein coherentie en consistentie). Dit is met statistische analysetechnieken relatief eenvoudig in kaart te brengen.

Wat heeft een negatief effect op B3?

Optimalisatie van B3 via interne boekhouding (analytische boekhouding)

De analytische boekhouding is een sleutelinstrument om kosten correct toe te wijzen aan medische prestaties en diensten. Een goede interne kostentoewijzing helpt het ziekenhuis om het correcte bedrag via B3 te verkrijgen.

Concreet betekent dit:

Optimalisatie van B3 via samenwerking met artsen

Artsen (vooral specialisten zoals radiologen, klinisch biologen, anesthesisten, enz.) spelen een cruciale rol in het verantwoord optimaliseren van de prestaties in de medisch-technische diensten in relatie tot de case mix (patiëntenmix) van het ziekenhuis.

Dit houdt in:

B4 - de kosten die gedekt worden door het bijzonder bedrag voorzien in artikel 99 van de wet op de ziekenhuizen evenals de kosten die op een forfaitaire wijze worden gedekt

Onderdeel B4 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen is een iets complexer maar belangrijk onderdeel. Het omvat kosten die buiten de klassieke ziekenhuiswerking vallen, maar die wel essentieel zijn voor bepaalde zorgtypes of patiëntengroepen. De financiering gebeurt via bijzondere forfaits of specifieke bepalingen, zoals artikel 99 van de Ziekenhuiswet.

Wat is B4 precies?

B4 bevat twee grote groepen van kosten:

  1. Kosten gedekt door het bijzonder bedrag voorzien in artikel 99 van de Ziekenhuiswet:
    Artikel 99 van de Ziekenhuiswet van 7 augustus 1987 laat toe om aan ziekenhuizen een bijzonder bedrag toe te kennen voor de financiering van: Dit bedrag wordt toegekend op beslissing van de federale overheid, meestal tijdelijk of met jaarlijkse verlenging.
  2. Kosten die op forfaitaire wijze worden gedekt:
    Dit verwijst naar een reeks vaste bedragen die ziekenhuizen ontvangen voor specifieke zorgvormen, zoals:
  3. Deze bedragen zijn niet activiteit-afhankelijk zoals B3 of B1, maar eerder gebaseerd op:

Wat heeft een positief effect op B4?

Wat heeft een negatief effect op B4?

B5 - kosten voor de werking van de ziekenhuisapotheek

Onderdeel B5 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen betreft de kosten voor de werking van de ziekenhuisapotheek. Dit onderdeel is bedoeld om de interne werking van de ziekenhuisapotheek te ondersteunen, los van de terugbetaling van geneesmiddelen zelf (die via andere kanalen zoals de Riziv-nomenclatuur of aparte terugbetalingsmechanismen lopen).

Wat valt er onder B5: Werking van de ziekenhuisapotheek?

B5 financiert voornamelijk de logistieke, administratieve en personeelsmatige werking van de ziekenhuisapotheek. Het gaat dus niet om de kost van de geneesmiddelen zelf, maar om:

Wat heeft een positief effect op B5-financiering?

Wat heeft een negatief effect op B5-financiering?

Belangrijk onderscheid

B5 financiert de werking van de apotheekdienst. De kost en terugbetaling van geneesmiddelen zelf vallen onder andere financieringsstromen, zoals:

Mogelijkheden tot optimalisatie van B5-financiering

Een Belgisch ziekenhuis kan zijn apotheekwerking optimaliseren door tegelijk in te zetten op efficiëntie, kwaliteit, traceerbaarheid én samenwerking met andere zorgactoren. Hieronder vind je bij wijze van voorbeeld een overzicht van strategische, operationele en beleidsmatige optimalisaties, m.i. in enige mate afgestemd op de Belgische context en regelgeving (zoals BFM, FAGG, RIZIV, enz.).

Automatisatie en digitalisering

Verlaagt fouten, verhoogt efficiëntie, verbetert traceerbaarheid en ondersteunt correcte registratie voor financiering (zoals B5).

Verbeteren van farmaceutische validatie

Een goede validatie van medicatievoorschriften door de ziekenhuisapotheker voorkomt fouten, onnodige kosten en draagt bij aan rationeel geneesmiddelengebruik (ondersteund door het RIZIV).

Optimalisatie van voorraadbeheer

Te grote stock = kapitaalverlies; te kleine stock = leveringsrisico. Efficiënt beheer verlaagt kosten en verspilling.

Centrale bereidingen en magistrale productie

Ziekenhuisapotheken met een eigen bereidingsfunctie (vb. oncologie, pediatrie, parenterale voeding) kunnen prestaties en expertise intern houden én B5-financiering verhogen.

Samenwerking in ziekenhuisnetwerken (locoregionaal)

Efficiëntie en schaalvoordelen door taken en stock te delen tussen apotheken binnen een netwerk.

Farmaco-economisch beleid en standaardisatie

Een goed therapeutisch formularium vermindert onnodige variatie en drukt kosten zonder kwaliteitsverlies.

Kwaliteitsbewaking en accreditatie

Voorbereid zijn op inspecties (FAGG), erkenningen en accreditatie (JCI, NIAZ) verbetert werking en imago.

Educatie en samenwerking met klinische diensten

De ziekenhuisapotheker als klinisch expert verhoogt de kwaliteit van zorg én vermindert foutief medicatiegebruik (wat financieel en inhoudelijk positief is).

B6 - bijkomende personeelslasten voor niet-verpleegdagprijspersoneel

Onderdeel B6 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen heeft betrekking op een zeer specifiek deel van de personeelsfinanciering. Het gaat om de kosten die voortvloeien uit aanvullende voordelen die zijn vastgelegd in sociale akkoorden en toegekend aan bepaalde personeelsleden, betaald met erelonen en dus niet-verpleegdagprijspersoneel.

Wat houdt B6 precies in?

B6 financiert de bijkomende voordelen voor ziekenhuispersoneel die:

Wat zijn die sociale akkoorden?

Het gaat om collectieve akkoorden tussen vakbonden, werkgevers en de overheid, met als doel het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van ziekenhuispersoneel. Concreet leggen deze akkoorden vast dat bepaalde extra voordelen (zoals maaltijdcheques, anciënniteitspremies, opleidingsrechten, bijkomende verlofdagen, enz.) moeten toegekend worden aan personeel dat meewerkt aan prestaties die gefactureerd worden via artsenerelonen (zoals operatiekamerpersoneel, endoscopieverpleegkundigen...).

Wie valt onder B6?

  • Verpleegkundigen en zorgkundigen die meewerken aan medische prestaties
  • Technici in operatiekwartieren, cathlabs, endoscopie, pijnklinieken...
  • Personeel dat niet wordt gefinancierd via B1 (gemeenschappelijke diensten) of B2 (verpleging), maar meegefinancierd wordt via honoraria
  • Waarom is er een B6-budget?

    Omdat deze personeelsleden indirect gefinancierd worden via de honoraria van artsen, konden hun extra sociale voordelen niet automatisch via de klassieke ziekenhuisbudgetten (B1-B2) gefinancierd worden. Daarom werd B6 toegevoegd aan het BFM als een compenserend mechanisme.

    Het B6-gedeelte is dus bedoeld om kosten voor sociale voordelen van dit "ander type personeel" te dekken.

    Wat heeft een positief effect op B6-financiering?

    Wat heeft een negatief effect op B6-financiering?

    Hoe kan een ziekenhuis op een verantwoorde wijze B6 optimaliseren?

    B7 - universitaire functie

    Onderdeel B7 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen is een gericht budget voor specifieke, bijkomende opdrachten die verder gaan dan de gewone ziekenhuiszorg. B7 heeft als doel meerwaarde-activiteiten van universitaire ziekenhuizen en bepaalde algemene ziekenhuizen met een gedeeltelijke universitaire functie financieel te ondersteunen.

    Wat houdt B7 precies in?

    B7 financiert specifieke kosten die voortvloeien uit speciale opdrachten op vijf domeinen:

    Dit budget is dus bedoeld voor universitaire of hooggespecialiseerde ziekenhuizen die buiten hun basiszorg ook structureel investeren in innovatie, onderwijs en wetenschap.

    Voor wie is B7 bedoeld?

    Wat dekt B7 concreet?

  • Vergoeding voor artsen die ASO's begeleiden tijdens hun opleiding
  • Kost van onderzoekspersoneel of wetenschappelijke infrastructuur
  • Kosten voor evaluatie van zorgkwaliteit (bv. PROMs, patiëntveiligheidssystemen)
  • Projectmatige uitgaven voor innovatie (vb. implementatie van AI, nieuwe zorgmodellen)
  • Wat heeft een positief effect op B7-financiering?

    Wat heeft een negatief effect op B7-financiering?

    B8 - voor ziekenhuizen met een sociaal-economisch zeer zwak patiëntenprofiel

    Onderdeel B8 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen is bedoeld als compensatie voor ziekenhuizen die een zeer kwetsbare, sociaal-zwakke patiëntenpopulatie bedienen. Het erkent dat zorg voor mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) vaak complexer, intensiever en duurder is, terwijl de klassieke financieringsmechanismen daar onvoldoende rekening mee houden (SDOH).

    Wat is het doel van B8?

    B8 erkent dat gelijke (curatieve) zorg niet gelijkstaat aan gelijke kosten, en probeert de ongelijkheid in toegang, begrip en opvolging bij sociaal kwetsbare patiënten te compenseren, zodat ziekenhuizen blijven investeren in toegankelijke en sociale zorg. Men probeert op die manier (enigszins) de ontwikkeling van medische woestijnen af te remmen binnen de context van een prestatiegestuurde (fee-for-service) geneeskunde.

    Wat houdt B8 precies in?

    B8 dekt de "specifieke kosten" die ontstaan wanneer een ziekenhuis een groot aandeel sociaal en economisch kwetsbare patiënten behandelt, zoals:

    B8 is dus een compensatiemechanisme voor de hogere zorgnood en begeleidingskosten bij deze patiënten, bijvoorbeeld:

    Hoe wordt B8 toegekend?

    De overheid gebruikt een risico-inschatting op basis van het patiëntenprofiel, onder andere via:

    Ziekenhuizen met bovenmatig hoge scores op deze indicatoren krijgen een bijkomend bedrag via B8.

    Wat heeft een positief effect op B8-financiering?

    Wat heeft een negatief effect op B8-financiering?

    Wat zijn enkelel nadelen van prestatiegeneeskunde voor mensen met lage SES

    Hogere financiële drempels

    Gevolg: laattijdige zorg, slechtere prognoses, meer spoedopnames.

    Minder geïntegreerde of preventieve zorg

    Gevolg: geen continuïteit van zorg, fragmentatie, verlies aan efficiëntie.

    Overconsumptie voor wie kan betalen, onderconsumptie voor wie niet kan

    Gevolg: groeiende ongelijkheid in zorggebruik, ondanks gelijke medische noden.

    Beperkte tijd voor complexere psychosociale problemen

    Gevolg: kortere consultaties, minder begrip, slechtere therapietrouw.

    Beperkte samenwerking tussen zorgverleners

    Gevolg: zwakke coördinatie, dubbele onderzoeken, slechtere opvolging.

    Administratieve complexiteit en barrières

    Gevolg: niet ingediende prestaties, onbetaalde facturen, schuldopbouw.

    Geen stimulans voor sociale determinanten van gezondheid

    Gevolg: structurele oorzaken van slechte gezondheid blijven onaangeroerd (SDOH).

    B9 - eindeloopbaanmaatregelen

    Onderdeel B9 van het Budget Financiële Middelen (BFM) van de Belgische ziekenhuizen betreft de financiering van de kosten die voortvloeien uit aanvullende sociale voordelen voor het ziekenhuispersoneel. Deze voordelen zijn het gevolg van sociale akkoorden uit 2005, gericht op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden in de gezondheidszorgsector.

    Belang van B9 in het ziekenhuisbeleid

    B9 helpt ziekenhuizen de sociale voordelen te financieren zonder extra druk op het eigen budget, maar is verplicht gekoppeld aan de toepassing van die voordelen. Ziekenhuizen moeten dus effectief de afspraken uit de sociale akkoorden toepassen, anders riskeren ze verlies van financiering of zelfs juridische gevolgen.

    Wat houdt B9 precies in?

    B9 is bedooed voor de financiering van kosten verbonden aan sociale akkoorden van 2005

    Concreet gaat het om:

    Deze akkoorden werden gesloten tussen:

    Doel van de akkoorden:
    Verbeteren van de arbeidsomstandigheden en voordelen van personeel in ziekenhuizen (en breder in de zorgsector), onder meer via:

    Voor wie is B9 bestemd?

    B9 betreft het ziekenhuispersoneel waarvan de vergoeding ten laste is van het BFM, zoals:

    Het is niet bedoeld voor artsen of personeel gefinancierd buiten het BFM.

    Wat heeft een positief effect op B9-financiering?

    Wat heeft een negatief effect op B9-financiering?

    Het Akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005

    Het Akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005 is een sociaal-akkoord tussen de federale overheid en representatieve organisaties binnen de private non-profitgezondheidssector. Het vormt het fundament voor verschillende personeelsmaatregelen en nalevingsthema’s, die later via protocol 148/2 verder zijn verfijnd en uitgevoerd, met structurele budgettaire dekking via het ziekenhuis-BFM (o.a. onderdeelB9).

    Doelstellingen van het akkoord:

    Het akkoord betreft instellingen binnen de private non-profit federale gezondheidssector, waaronder:

    Wat regelt het akkoord (kernmaatregelen):

    Het protocol 148/2 uit 2005

    Het protocol nr. 148/2 van 29 juni, 5 juli en 18 juli 2005 is een cruciaal supplement op het Akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005, afsluitend binnen het Gemeenschappelijk Comité voor alle openbare diensten. Dit protocol vormt - samen met het april-akkoord - de juridische basis voor diverse personeelsmaatregelen binnen de Belgische ziekenhuizen, die structureel gefinancierd werden via onderdeel B9 van het Budget Financiële Middelen (BFM):

    Bronnen

    Ziekenhuizen (FOD VVVL)
    Cijfers en rapporten (FOD VVVL)
    Financiering ziekenhuizen (FOD VVVL)
    Gezondheidszorginstellingen (FOD VVVL)
    Registratiesystemen zorginstellingen (FOD VVVL)
    Publicaties MZG (FOD VVVL)
    Erkende en verantwoorde bedden (FOD VVVL)

    Common Base Registry for HealthCare Actor (CoBRHA, eHealth)
    CoBRHA Viewer (Vlaanderen)

    Koninklijk besluit (KB) van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, Belgisch Staatsblad 30/05/2002 (Voorheen het Ministerieel besluit van 2 augustus 1986).
    K.B. van 25/04/2002 betreffende de ziekenhuisfinanciering (update 10/04/2025).

    Koninklijk besluit (KB) houdende coördinatie van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, Belgisch Staatsblad 07/11/2008 p. 58624-58682.

    Koninklijk besluit (KB) tot kwalificatie van de supraregionale zorgopdrachten en van de locoregionale zorgopdrachten van de locoregionale klinische ziekenhuisnetwerken en tot bepaling van het geografisch aanbod van locoregionale zorgopdrachten van de locoregionale klinische ziekenhuisnetwerken, gepubliceerd op 01/12/2022, Belgisch Staatsblad p. 88766-88769.

    R basics

    The Comprehensive R Archive Network (CRAN mirror)
    RStudio Desktop (Posit Software)

    Copyright notice and disclaimer

    The information contained in this website is for general information purposes only. All views expressed on this site are my own and do not represent the opinions of any entity whatsoever with which I have been, am now, or will be affiliated. The information is provided by me in good faith and while I endeavor to keep the information up to date and correct, I make no representations or warranties of any kind, express or implied, about the completeness, accuracy, reliability, suitability or availability with respect to the website or the information, products, services, or related graphics contained on the website for any purpose. Any reliance you place on such information is therefore strictly at your own risk.
    Any information on this website is provided in good faith but no warranty can be made for its accuracy. As this is a work in progress, it is still incomplete and even inaccurate. Although care has been taken in preparing the information contained in my webpages, I do not and cannot guarantee the accuracy thereof. Anyone using the information does so at their own risk and shall be deemed to indemnify me from any and all injury or damage arising from such use.

    In no event shall I be liable for any loss or damage including without limitation, indirect or consequential loss or damage, or any loss or damage whatsoever arising from loss of data or profits arising out of, or in connection with, the use of this website.

    Through this website you are able to link to other websites which are not under the my control. I have no control over the nature, content and availability of those sites. The inclusion of any links does not necessarily imply a recommendation or endorse the views expressed within them.

    Every effort is made to keep the website up and running smoothly. However, I take no responsibility for, and will not be liable for, the website being temporarily unavailable due to technical issues beyond my control.

    These webpages of course represent only personal interests, opinions and ideas and were created without a commercial goal. You may download, display, print and copy, any material at this website, in unaltered form only, for your personal use or for non-commercial use within your organization.
    Should these webpages or portions of these webpages be used on any Internet or World Wide Web page or informational presentation, that a link back to this website (and where appropriate back to the source document) be established. Send a short notice by email when you copy these webpages, or part of it for your own use.
    To the best of my knowledge, all graphics, text and other presentations not created by me on my webpages are in the public domain and freely available from various sources on the Internet or elsewhere and/or kindly provided by the owner.
    If you notice something incorrect or have any questions, feel free to send me an email.

    Top of page

    As it takes a lot of time to keep the links updated, some may be outdated, keep me informed if you find outdated links (email address below).

    The author of this web page is Peter Van Osta.

    Email: pvosta{at}gmail{dot}com