Een demo applicatie op basis van de initiële algemene uitgavenbegroting zoals ze bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers ingediend werd (Excel-formaat) en afkomstig van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (FOD BOSA) (Initiële begroting).
De initiële federale begroting is het door de regering ingediende, geplande overzicht van inkomsten en uitgaven voor het komende jaar. Voor 2026 is deze in januari ingediend en via een BOSA-infographic inzichtelijk gemaakt. Deze begroting wordt vaak bijgestuurd door economische vooruitzichten, zoals die van het Federaal Planbureau (FPB) en bemerkingen van het Rekenhof.
De eenvoudige demo applicatie voor de Initiële Federale begroting 2026 helpt gebruikers mogelijk enigszins om de initiële federale begroting voor 2026 op een overzichtelijke en interactieve manier te raadplegen.
Met de applicatie kan je:
Open de applicatie via de beschikbare link. De applicatie werkt in een moderne webbrowser zoals Chrome, Edge, Firefox of Safari.
Voor een correcte weergave wordt aanbevolen om:
Bepaalt welke financiële kolom wordt gebruikt in de grafieken en tabellen. Voorbeelden in de app zijn:
Bepaalt de dimensie waarop de bedragen worden samengevat. Voorbeelden:
Bepaalt hoeveel grootste categorieën in de grafieken worden getoond.
Zoekt in de Nederlandstalige omschrijving (LIB NL) en in de basisallocatiecode (AB).
De filters op SPF, minister, SEC1 en COFOG beperken alle tabbladen tot de geselecteerde begrotingslijnen. Als er niets geselecteerd is, gebruikt de applicatie alle waarden.
Dit tabblad toont:
De KPI’s worden altijd berekend op de actief gefilterde gegevens.
Dit tabblad toont dezelfde gekozen groepering in meer detail:
De tabel bevat exportknoppen voor kopiëren, CSV en Excel.
Dit tabblad gebruikt de kolommen:
De jaren worden in deze versie van de applicatie getoond als 2026 tot en met 2031. De reeks wordt opnieuw berekend op basis van de actieve filters.
Dit tabblad toont de gefilterde begrotingslijnen met onder meer:
Is weggelaten uit deze demo. Dit tabblad in het brondbestand toont de inhoud van het werkblad Lexique: de gebruiksvriendelijke kolomnaam en de technische veldnaam uit de bron.
De politiek-filosofische achtergrond van een nationale begroting is dat ze geen louter boekhoudkundig document is. Een begroting is de plaats waar een staat jaarlijks beslist: welke publieke doelen krijgen middelen, wie draagt bij via belastingen, en welke macht krijgt de regering om te handelen? De FOD BOSA formuleert dit voor België expliciet: een begroting is meer dan een raming; ze heeft een "politieke en sociaal-economische draagwijdte", en de goedkeuring door de wetgevende macht betekent in feite ook goedkeuring van het beleid van de uitvoerende macht.
Een klassieke liberale grondgedachte is dat de overheid niet vrij mag beschikken over eigendom of inkomen van burgers zonder toestemming via de politieke gemeenschap. Bij John Locke (1632-1704) staat dit scherp geformuleerd: belastingen mogen niet worden geheven zonder toestemming van het volk, rechtstreeks of via vertegenwoordigers. "No taxation without representation" (geen belasting zonder vertegenwoordiging) is een fundamenteel democratisch principe dat stelt dat een overheid haar burgers niet mag belasten, tenzij deze burgers inspraak hebben - direct of indirect - in de totstandkoming van die belasting
In moderne constitutionele staten wordt dat vertaald in het legaliteitsbeginsel: belastingen moeten door wet of parlementair besluit worden gelegitimeerd. In België bepaalt artikel 170 van de Grondwet dat belastingen ten voordele van de Staat alleen bij wet kunnen worden ingevoerd; artikel 171 koppelt belastingen aan een jaarlijkse stemming.
Politiek-filosofisch betekent dit: de begroting is een jaarlijkse herbevestiging dat fiscale macht geen privébevoegdheid van de regering is, maar een door vertegenwoordiging gelegitimeerde bevoegdheid.
De begroting is ook een instrument van machtenscheiding. De regering voert beleid uit, maar ze mag niet onbeperkt innen, lenen of uitgeven. De wetgevende macht geeft toestemming, stelt grenzen en controleert achteraf.
Voor België staat dit in artikel 174 van de Grondwet: de Kamer keurt jaarlijks de begroting goed en regelt de eindafrekening; alle ontvangsten en uitgaven van de Staat moeten in de begroting en de rekeningen worden opgenomen. De FOD BOSA zegt eveneens dat de federale begroting door de Kamer moet worden goedgekeurd en de uitvoerende macht middelen geeft om haar beleid uit te voeren.
Politiek-filosofisch betekent dit: de begroting is een rem op uitvoerende macht. Ze maakt regeringsmacht afhankelijk van publieke, parlementaire autorisatie.
Een begroting zet politieke keuzes om in juridische machtigingen. De regering mag uitgaven doen, maar binnen goedgekeurde kredieten en volgens het specialiteitsprincipe: kredieten mogen niet zomaar voor een ander programma worden gebruikt en goedgekeurde bedragen mogen niet worden overschreden.
Daarachter zit een rechtsstatelijk idee: publieke macht moet vooraf kenbaar, controleerbaar en begrensd zijn. De begroting voorkomt dat de overheid achteraf willekeurig geld zoekt of uitgeeft.
Een nationale begroting is de financiële vertaling van politieke prioriteiten. Defensie, sociale zekerheid, justitie, klimaat, onderwijs, gezondheidszorg, schuldafbouw of fiscale verlagingen concurreren om schaarse middelen. De begroting maakt zichtbaar welke keuzes de politieke gemeenschap maakt.
Hier raakt de begroting aan sociaal-contractdenken: burgers staan middelen af omdat de staat collectieve functies vervult die individuen niet, of moeilijker, alleen kunnen dragen. Dat is geen neutrale technische stelling, maar een normatieve keuze over wat tot de publieke verantwoordelijkheid behoort. De uitspraak "elk volk krijgt de regering die het verdient" is een bekende stelling van de Franse filosoof Joseph de Maistre (1753-1821). Joseph de Maistre suggereerde dat de regering een weerspiegeling is van de keuzes, waarden en het karakter van de bevolking.
Elke begroting bevat verdelingskeuzes. Belastingen bepalen wie bijdraagt; uitgaven bepalen wie steun, diensten of investeringen ontvangt. Daardoor raakt begrotingspolitiek direct aan rechtvaardigheid.
Adam Smith (1723-1790) formuleerde in An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (1776) een klassieke belastingnorm: burgers zouden bijdragen naar verhouding van hun draagkracht (Ability-to-pay), namelijk in verhouding tot de inkomsten die zij onder bescherming van de staat genieten. Smith waarschuwde overigens ook dat belastingen niet willekeurig moesten zijn, duidelijk moesten zijn (zekerheid), gemakkelijk te betalen (gemak), en efficiënt (weinig kosten bij inning). Dat is niet de enige mogelijke filosofie, maar het is een belangrijke historische basis voor het idee van fiscale billijkheid.
Politiek-filosofisch betekent dit: een begroting is altijd ook een antwoord op de vraag wat als eerlijk wordt beschouwd: proportioneel bijdragen, progressief bijdragen, gebruikers laten betalen, vermogen belasten, arbeid ontzien, enzovoort.
Een begroting moet controleerbaar zijn. Daarom bestaan principes zoals eenheid, universaliteit, jaarlijksheid en niet-toewijzing van ontvangsten. De FOD BOSA beschrijft het eenheidsprincipe als de regel dat ontvangsten en uitgaven samen in één begroting worden opgenomen, zodat vergelijking en beoordeling van het financiële evenwicht mogelijk zijn.
De OESO koppelt moderne budgettaire governance expliciet aan transparantie, verantwoordingsplicht en vertrouwen in de overheid.
Politiek-filosofisch betekent dit: burgers en parlement moeten kunnen zien wat de staat doet met publieke middelen. Zonder transparantie wordt toestemming inhoudsloos.
Een begroting gaat over één jaar, maar haar gevolgen kunnen decennia doorwerken via schulden, investeringen, pensioenen, klimaatuitgaven of infrastructuur. De jaarlijkse begroting dwingt dus tot een spanning tussen korte-termijnpolitiek en lange-termijnverantwoordelijkheid.
Dit is vooral relevant bij tekorten en overheidsschuld: lenen kan legitiem zijn voor investeringen of crisisbeleid, maar kan ook lasten doorschuiven naar toekomstige burgers.
Hier zit de filosofische vraag: mag de huidige politieke meerderheid toekomstige belastingbetalers binden?
Nota: Het laten verdwijnen van staatsschuld door middel van "weg devalueren" (de waarde van de munt verlagen) is een historisch bekende methode, maar in de huidige context van de eurozone grotendeels onmogelijk geworden. Het principe is gebaseerd op het verlagen van de reële waarde van de schuld door inflatie, wat de schuldenlast relatief kleiner maakt ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp). De hyperinflatie in Duitsland (Weimarrepubliek) tussen 1921 en 1923 is een historisch voorbeeld van hoe een staatsschuld kan worden weggedevalueerd, al had dit catastrofale economische en sociale gevolgen. Door het massaal bijdrukken van papiergeld om herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog te financieren, kelderde de waarde van de Duitse Mark. Hierdoor werd de reële waarde van de nominale staatsschuld nagenoeg nul.
Nota: Het weg devalueren van naoorlogse staatsschulden door inflatie is een historisch beproefde methode om enorme schuldenbergen, ontstaan door wereldoorlogen, "vanzelf" te laten verdwijnen. Na de Tweede Wereldoorlog gebruikten veel westerse landen deze strategie - vaak omschreven als financiële repressie - om de schuldquote (schuld in verhouding tot het bbp) drastisch te verlagen, zonder dat er volledige terugbetaling nodig was. De inflatie hoger laten zijn dan de rente leidt tot een impliciete belasting op spaarders en een overdracht van vermogen naar de overheid.
Een (nationale) begroting rust politiek-filosofisch m.i. op vijf grote ideeën:
Daarom is een begroting tegelijk een financieel plan, een machtsinstrument, een rechtshandeling en een morele keuze over de inrichting van de samenleving.
De staatsschuld wordt voornamelijk verminderd door een combinatie van economische groei en inflatie (een omgekeerd 'sneeuwbal'-effect), maar actief beheer is nodig om te voorkomen dat deze onhoudbaar wordt.
Ideologische keuzes horen bij begrotingsopmaak. Ze vertroebelen het proces pas wanneer ze empirische ramingen, uitvoerbaarheid of boekhoudkundige transparantie verdringen.
Een begroting is niet waardenvrij. De FOD BOSA noemt de federale begroting expliciet een akte met "politieke en sociaal-economische draagwijdte"; parlementaire goedkeuring betekent ook goedkeuring van het beleid van de uitvoerende macht. Tegelijk vereist goede begrotingsvoering volgens de OESO geloofwaardige limieten, aansluiting bij middellangetermijnprioriteiten, transparantie en verantwoordingsplicht. De IMF-benadering vat het rationele kader samen: begrotingsbeleid beïnvloedt macro-economische stabiliteit, groei en inkomensverdeling, en moet value-for-money, een eerlijk en efficiënt belastingstelsel en transparant beheer nastreven.
Een linkse regering zal doorgaans sneller aanvaarden dat de overheid een grote rol speelt in sociale bescherming, publieke diensten, herverdeling en investeringen. Een rechtse regering zal doorgaans sterker focussen op beperking van overheidsuitgaven, lagere belastingdruk, private initiatiefkracht en begrotingsdiscipline. Dat is een ideaaltypisch onderscheid, geen natuurwet: coalities, crisissen en institutionele regels kunnen dat sterk wijzigen.
Links legt meestal meer nadruk op inkomensherverdeling, sociale correctie en bescherming van kwetsbare groepen. Rechts legt meestal meer nadruk op arbeidsprikkels, ondernemerschap, competitiviteit en het vermijden van fiscale druk die economische activiteit kan afremmen. In de wetenschappelijke literatuur over partijpolitiek wordt dit vaak samengevat als verschillende wegingen van reële economische doelstellingen, zoals werkgelegenheid en groei, tegenover nominale doelstellingen zoals inflatie en budgettaire terughoudendheid.
Een linkse begroting zal eerder kijken naar progressieve fiscaliteit, vermogen, kapitaalinkomen, overwinst of hoge inkomens. Een rechtse begroting zal eerder kijken naar lagere lasten op arbeid en ondernemingen, bredere belastinggrondslagen, consumptiebelastingen of uitgavenbeperking. Hier zit een fundamentele ideologische vraag: is belasting vooral een bijdrage volgens draagkracht, of vooral een kost die groei en individuele vrijheid beperkt?
Links zal tekorten soms makkelijker verdedigen wanneer ze sociale schade beperken of investeringen financieren. Rechts zal tekorten meestal sneller framen als risico voor toekomstige generaties, rente-uitgaven en geloofwaardigheid. Maar ook hier is nuance nodig: rechtse regeringen kunnen tekorten laten oplopen door belastingverlagingen (trickle-down economics), en linkse regeringen kunnen saneren onder Europese of marktdruk.
Een rationele begroting maakt onderscheid tussen eenmalige investeringen, structurele uitgaven en tijdelijke crisismaatregelen. Ideologisch verschilt vooral wat men als “investering” beschouwt. Links zal onderwijs, zorg, klimaat en armoedebestrijding sneller als maatschappelijke investering benoemen. Rechts zal infrastructuur, veiligheid, digitalisering, defensie of lastenverlaging voor ondernemingen sneller als groeiversterkend beschouwen.
Links kiest vaak voor brede, universele sociale systemen omdat die solidariteit en toegankelijkheid versterken. Rechts kiest vaker voor gerichte steun om budgettaire kost te beperken en werkprikkels te behouden. Beide modellen hebben risico’s: universaliteit kan duur worden; selectiviteit kan administratief complex zijn en mensen uitsluiten die steun nodig hebben.
Ja, maar niet automatisch. Ideologie is nodig om politieke prioriteiten te bepalen. Een begroting kan nooit alleen uit technische optimalisatie volgen, omdat men eerst moet kiezen wat belangrijker is: lagere schuld, hogere pensioenen, lagere lasten, defensie, armoedebestrijding, klimaat, veiligheid, zorg, enzovoort.
Ideologie vertroebelt het proces wanneer ze leidt tot:
| Vertekening | Wat gebeurt er dan? |
|---|---|
| Optimistische groeiramingen | Een regering rekent zichzelf rijk omdat haar beleidskeuze zogezegd vanzelf groei oplevert. |
| Overschatte opbrengsten | Nieuwe belastingen, fraudebestrijding of activering worden hoger ingeboekt dan realistisch uitvoerbaar is. |
| Onderschatte kosten | Hervormingen worden goedkoper voorgesteld dan ze in uitvoering zijn. |
| Timingfictie | Maatregelen worden voor een volledig jaar ingeboekt terwijl ze pas later starten. |
| Selectieve evidentie | Alleen studies of cijfers die de eigen lijn ondersteunen krijgen aandacht. |
| Morele framing in plaats van analyse | Kritiek wordt weggezet als "asociaal", "onbetaalbaar", "neoliberaal" of "communistisch", zonder (correcte) berekening. |
| Boekhoudkundige camouflage | Uitgaven worden hernoemd, verschoven, buiten de begroting of buiten het zicht geplaatst. |
Daarom benadrukt de OESO het belang van duidelijke begrotingslimieten, middellangetermijnkaders en transparantie. Het IMF legt eveneens nadruk op stabiliteit, groei, inkomensverdeling, value-for-money en transparant beheer als toetsstenen voor begrotingsbeleid. Voor België vermeldt BOSA ook klassieke begrotingsprincipes zoals eenheid en jaarlijkse goedkeuring; die principes dienen precies om controle en leesbaarheid te ondersteunen.
De beste formulering is dus: Ideologie bepaalt wat men wil bereiken. Rationele begrotingsopmaak bepaalt of de gekozen middelen kloppen, betaalbaar zijn en uitvoerbaar blijven.
Een linkse regering zal begroting meestal zien als instrument voor sociale bescherming, herverdeling, publieke diensten en collectieve investeringen.
Typische redenering: "Een begroting moet niet alleen kloppen in de tabellen, maar ook in de samenleving."
Sterktes:
Risico’s:
Een rechtse regering zal begroting meestal zien als instrument voor discipline, lagere lasten, economische prikkels, efficiëntie en beperking van de staat.
Typische redenering: "De overheid moet eerst bewijzen dat elke uitgegeven euro nodig en efficiënt is."
Sterktes:
Risico’s:
Dit zijn m.i. enkele typische ideologische framings, geen letterlijke citaten van concrete regeringen.
"Een begroting is een sociaal contract, geen Excel-oefening."
"Besparen op mensen kost later meer."
"Sterke schouders dragen de zwaarste lasten."
"Publieke investeringen zijn geen kosten, maar toekomstbeleid."
"Een tekort aan zorg, onderwijs of huisvesting is ook een schuld."
"De vraag is niet alleen wat het kost, maar ook wie de prijs betaalt."”
"Begrotingsdiscipline mag geen sociale blindheid worden."
"Je kunt niet blijven uitgeven wat je niet hebt."
"Elke euro overheidsgeld komt eerst van de burger."
"Eerst hervormen, dan uitgeven."
"Minder lasten, meer groei."
"Schuld van vandaag is belasting van morgen."
"De overheid moet kerntaken financieren, geen permanente expansie."
"Efficiëntie vóór nieuwe belastingen."
Een ernstige begroting, links of rechts, moet uiteindelijk dezelfde toets doorstaan:
Ideologie wordt problematisch wanneer ze deze vragen ontwijkt. Maar zonder ideologie blijft begrotingsopmaak leeg: dan weet men wel hoe men moet rekenen, maar niet waarvoor.
Nota: Wetgeving wordt vaak geschreven in vage, open termen (zoals "redelijkheid en billijkheid" of "maatschappelijk belang") die ruimte laten voor menselijke interpretatie. Technologie vereist echter binaire logica (ja/nee, 1/0), waardoor genuanceerde/vage besluitvorming dient gereduceerd tot duidelijke kwantificeerbare criteria. Dit alles kan leiden tot situaties waarin de "Rule of Tech" botst met de "Rule of Law", waarbij technologische eisenkaders in conflict komen met de (historische) vage, open termen van traditionele wetgeving. De vaagheid van wetgeving is op zich een juridisch en maatschappelijk probleem waarbij wetteksten onduidelijk, te ruim geformuleerd of tegenstrijdig zijn. Dit leidt tot rechtsonzekerheid, omdat burgers en bedrijven niet precies weten wat wel of niet mag, en rechters de wet op verschillende manieren kunnen uitleggen.
The information contained in this website is for general information purposes only.
All views expressed on this site are my own and do not represent
the opinions of any entity whatsoever with which I have been, am now, or will be affiliated.
The information is provided by me in good faith and while I endeavor to keep the information up to date and correct,
I make no representations or warranties of any kind, express or implied, about the completeness,
accuracy, reliability, suitability or availability with respect to the website or the information,
products, services, or related graphics contained on the website for any purpose.
Any reliance you place on such information is therefore strictly at your own risk.
Any information on this website is provided in good faith but no warranty can be
made for its accuracy. As this is a work in progress, it is still incomplete
and even inaccurate. Although care has been taken in preparing the information
contained in my webpages, I do not and cannot guarantee the accuracy thereof.
Anyone using the information does so at their own risk and shall be deemed
to indemnify me from any and all injury or damage arising from such use.
In no event shall I be liable for any loss or damage including without limitation, indirect or consequential loss or damage, or any loss or damage whatsoever arising from loss of data or profits arising out of, or in connection with, the use of this website.
Through this website you are able to link to other websites which are not under the my control. I have no control over the nature, content and availability of those sites. The inclusion of any links does not necessarily imply a recommendation or endorse the views expressed within them.
Every effort is made to keep the website up and running smoothly. However, I take no responsibility for, and will not be liable for, the website being temporarily unavailable due to technical issues beyond my control.
These webpages of course represent only personal interests, opinions and ideas and
were created without a commercial goal. You may download, display, print and copy, any material at this website,
in unaltered form only, for your personal use or for non&45;commercial use within your organization.
Should these webpages or portions of these webpages be used on any Internet
or World Wide Web page or informational presentation, that a link back to
this website
(and where appropriate back to the source document) be established. Send
a short notice by email when you copy these webpages, or part of it for your own use.
To the best of my knowledge, all graphics, text and other presentations
not created by me on my webpages are in the public domain and freely available
from various sources on the Internet or elsewhere and/or kindly provided
by the owner.
If you notice something incorrect or have any questions, feel free to send me an email.
As it takes a lot of time to keep the links updated, some may be outdated, keep me informed if you find outdated links (email address below).
The author of this web page is Peter Van Osta.
Email: pvosta{at}gmail{dot}com