Deze demo-applicatie toont de aanwezigheid van verschillende diagnoses (SNOMED CT) die eventueel als secundaire diagnose (ICD-10-CM) kunnen worden gebruikt en die kunnen leiden tot een aanzienlijk verhoogd gebruik van middelen binnen een zorgtraject (in functie van de klinische context). De diagnoses worden gecategoriseerd als 'complicatie of comorbiditeit' (CC) of 'ernstige complicatie of comorbiditeit' (MCC). Sommige MCC's en CC's worden in het MS-DRG algoritme uitgesloten omdat ze te nauw verwant zijn aan de hoofddiagnose. Dit wordt de 'PDX-uitsluitingslijst' van MS-DRG genoemd, die aandoeningen identificeert die niet als CC of MCC worden beschouwd voor een gegeven hoofddiagnose.
CC staat voor Complication or Comorbidity (complicatie of comorbiditeit). MCC staat voor Major Complication or Comorbidity (ernstige complicatie of comorbiditeit). Dit zijn medische codes (ICD-10-CM) die Amerikaanse ziekenhuizen gebruiken om aan te tonen hoe complex en zwaar de behandeling van een patiënt was binnen het Amerikaanse MS-DRG systeem.
MS-DRG staat voor Medicare Severity Diagnosis Related Group. Het is een medisch classificatiesysteem dat ziekenhuisopnames indeelt op basis van de diagnose, leeftijd, geslacht, uitgevoerde procedures en de ernst van de aandoening. Het systeem bepaalt voornamelijk de financiële vergoeding voor Amerikaanse ziekenhuizen binnen het Amerikaanse MS-DRG systeem.
Deze toepassing is slechts voor demo doeleinden bedoeld en niet voor professioneel gebruik bestemd.
Let op: de Belgische ziekenhuisfinanciering gebruikt APR-DRG en dat is niet hetzelfde als MS-DRG! Hoewel de Belgische ziekenhuisfinanciering en casemix-evaluatie sterk leunen op de Amerikaanse methodologie, zijn er fundamentele verschillen in de manier waarop MS-DRG en het APR-DRG-systeem (All Patient Refined Diagnosis Related Groups) in de praktijk werken.
Comorbiditeit: Een extra chronische aandoening die de patiënt al heeft bij opname (bijvoorbeeld diabetes mellitus type 1).
Complicatie: Een extra aandoening die tijdens het ziekenhuisverblijf ontstaat (bijvoorbeeld een infectie na een operatie).
Hogere kosten: Patiënten met een CC of MCC hebben meer zorg, medicatie en tijd nodig.
Ziekenhuisfactuur: Een code met MCC levert het ziekenhuis in het MS-DRG systeem een hogere financiële vergoeding op dan een code met CC of zonder extra codes.
Zorgzwaarte: CC en MCC bepalen de zogenaamde 'casemix' (de gemiddelde complexiteit van alle patiënten in een ziekenhuis).
Zonder CC/MCC: Een basisbehandeling of basis zorgtraject/klinisch pad zonder extra problemen (bijvoorbeeld een ongecompliceerde acute appendicitis).
Met CC: Matige extra complexiteit (bijvoorbeeld de acute appendicitis bij een patiënt met milde anemie).
Met MCC: Extreme extra complexiteit met kans op levensbedreigende situaties (bijvoorbeeld de acute appendicitis waarbij de patiënt ook acuut hartfalen krijgt).
Een zoekstrategie gebaseerd op tokenization (tekstverwerking), inverted indexing (snel zoeken)en prefix matching (autocompletion) is de gouden standaard voor efficiënte en real-time tekstzoekmachines
(zoals ElasticSearch, Apache Lucene of Algolia). Deze combinatie maakt razendsnel zoeken én automatisch aanvullen (autocomplete) mogelijk.
De database wordt bij de opstart volledig in het geheugen ingeladen. Dit neemt enige tijd in beslag, maar het zoeken verloopt daardoor vlotter.
Wanneer een gebruiker een zoekopdracht invoert, doorloopt het systeem de volgende stappen:
De begrippen Complication or Comorbidity (CC) en Major Complication or Comorbidity (MCC) zijn in de eerste plaats classificatiebegrippen uit DRG-achtige casemixsystemen, vooral het Amerikaanse Medicare Severity Diagnosis Related Group-systeem. Zij verwijzen niet naar een afzonderlijke klinische diagnose, maar naar de vraag of een secundaire diagnose de complexiteit, ernst, verwachte zorgconsumptie of prognose van een opname verhoogt. In de MS-DRG-logica worden ziekenhuisopnames ingedeeld op basis van onder meer de hoofddiagnose, bijkomende diagnoses, verrichtingen, leeftijd, geslacht en ontslagstatus; veel basis-DRG’s worden vervolgens opgesplitst in varianten "met MCC", "met CC" of "zonder CC/MCC".
Een CC is een bijkomende aandoening of complicatie die de klinische zorg aantoonbaar verzwaart; een MCC is een ernstigere categorie, doorgaans geassocieerd met een nog hogere ziektelast, grotere kans op intensievere monitoring of behandeling, en hogere verwachte kosten. CMS definieert in de MS-DRG Definitions Manual welke ICD-10-CM-diagnosecodes als CC of MCC kunnen fungeren wanneer zij als secundaire diagnose worden gerapporteerd; bovendien bestaan er exclusielijsten waardoor een code niet als CC/MCC telt wanneer zij te nauw samenhangt met de hoofddiagnose.
De klinische relevantie van CC/MCC ligt niet in het etiket zelf, maar in de onderliggende aandoening die door dat etiket wordt gerepresenteerd. Een comorbiditeit zoals chronische nierziekte (CNI), hartfalen, diabetes mellitus met complicaties of ernstige respiratoire insufficiëntie kan de presentatie van de hoofdaandoening veranderen, de diagnostische onzekerheid vergroten, de therapeutische marge verkleinen en het risico op adverse events verhogen. Een complicatie die tijdens opname ontstaat, bijvoorbeeld infectie, bloeding, trombo-embolie of orgaanfalen, kan de oorspronkelijke behandelstrategie fundamenteel wijzigen. De officiële ICD-10-CM-richtlijnen beschouwen bijkomende diagnoses als relevant wanneer zij klinische evaluatie, therapeutische behandeling, diagnostische procedures, verlengde opnameduur of verhoogde verpleegkundige zorg en monitoring vereisen.
Deze benadering sluit aan bij de empirische literatuur over comorbiditeit. De Charlson Comorbidity Index werd ontwikkeld om comorbide aandoeningen te wegen naar hun invloed op mortaliteit; in de oorspronkelijke validatie steeg de éénjaarsmortaliteit duidelijk met hogere comorbiditeitsscores. Elixhauser en collega’s ontwikkelden vervolgens een uitgebreider systeem voor administratieve ziekenhuisdata, waarbij comorbiditeiten verband hielden met opnameduur, ziekenhuiskosten en ziekenhuissterfte. AHRQ rapporteerde op basis van de Amerikaanse National Inpatient Sample dat comorbiditeiten belangrijke voorspellers zijn van opnameduur, kosten, heropname en mortaliteit; in 2019 had 84,1% van de volwassen ziekenhuisopnames ten minste één comorbiditeit, en opnames met drie of meer comorbiditeiten waren gemiddeld langer, duurder en vaker fataal.
Een CC of MCC beïnvloedt het diagnostisch beleid doordat zij de arts dwingt de opname niet als een enkelvoudig ziekte-episode te benaderen, maar als een interactie tussen hoofddiagnose, pre-existente kwetsbaarheid en tijdens opname ontstane complicaties. Diagnostiek moet dan niet alleen gericht zijn op het bevestigen van de hoofddiagnose, maar ook op het vaststellen van ernst, orgaanbetrokkenheid, behandelbaarheid, reversibiliteit en risico op verdere verslechtering. Bij een patiënt met pneumonie en bijkomend nierfalen zal de diagnostiek bijvoorbeeld niet beperkt blijven tot microbiologie en thoraxbeeldvorming, maar ook nierfunctie, elektrolyten, vochtbalans, medicatiespiegels en nefrotoxische blootstelling moeten omvatten. Bij een postoperatieve patiënt met hypotensie, anemie of respiratoire achteruitgang wordt de differentiaaldiagnose verbreed naar bloeding, sepsis, longembolie, myocardischemie en anesthesiologische complicaties.
Belangrijk is dat het aanwezig-bij-opname-onderscheid (POA) diagnostisch en bestuurlijk relevant is. Een comorbiditeit is aanwezig bij opname; een complicatie ontwikkelt zich tijdens het verblijf. CMS vereist POA-informatie voor hoofd- en secundaire diagnoses en verbindt daaraan, bij geselecteerde hospital-acquired conditions, betalingsconsequenties: een geselecteerde aandoening die niet aanwezig was bij opname kan niet zomaar als CC/MCC de hogere DRG-betaling ondersteunen. Klinisch betekent dit dat artsen vroeg in de opname nauwkeurig moeten documenteren welke afwijkingen reeds aanwezig waren, welke onzeker zijn, en welke later ontstaan. Dat is niet louter administratief: het bepaalt ook of achteruitgang wordt geïnterpreteerd als progressie van de initiële ziekte, iatrogene schade, falen van therapie of een nieuwe complicatie.
Therapeutisch werken CC en MCC vooral als ernst- en kwetsbaarheidsindicatoren. Zij veranderen niet automatisch een behandelrichtlijn, maar zij wijzigen wel de toepassing ervan. Comorbiditeit kan leiden tot dosisaanpassing, contra-indicaties, intensievere monitoring, consultatie van andere disciplines, preventieve maatregelen en een andere risico-batenafweging bij invasieve diagnostiek of chirurgie. Een patiënt met dezelfde hoofddiagnose maar met een MCC zoals ernstige respiratoire insufficiëntie, shock of acuut orgaanfalen zal doorgaans sneller zuurstof- of ventilatoire ondersteuning, hemodynamische monitoring, sepsisdiagnostiek, intensieve zorg (INZO) of multidisciplinair overleg vereisen dan een patiënt zonder dergelijke bijkomende ernstfactor. De onderliggende diagnose bepaalt de behandeling; de CC/MCC-status weerspiegelt dat die behandeling complexer, risicovoller of middelenintensiever is.
De therapeutische relevantie betreft ook preventie. Patiënten met comorbiditeiten hebben vaak een hoger risico op ziekenhuiscomplicaties, zoals delier, valincidenten, medicatiebijwerkingen, acute nierinsufficiëntie (ANI), infecties of trombo-embolische gebeurtenissen. Daardoor wordt het beleid proactiever: medicatiereconciliatie, nierfunctiegestuurde dosering, glykemische controle, mobilisatie, decubituspreventie, tromboseprofylaxe, voedingsbeleid en ontslagplanning krijgen meer gewicht. Bij complicaties die tijdens de opname ontstaan, verschuift de therapeutische focus van behandeling van de oorspronkelijke aandoening naar rescue care : snelle herkenning, broncontrole, escalatie van zorgniveau en beperking van verdere schade (Early Warning Score).
CC/MCC heeft daarnaast een belangrijke functie in casemixcorrectie, bekostiging en kwaliteitsmeting. Het MS-DRG-gewicht representeert de verwachte kostelijkheid van een opnamegroep ten opzichte van andere groepen; complicaties en comorbiditeiten zijn dus mede bepalend voor de case-mix-adjusted betaling. Dit is legitiem wanneer de documentatie waarheidsgetrouw de klinische werkelijkheid weerspiegelt: een ziekenhuis dat complexere patiënten behandelt, heeft doorgaans meer personele, diagnostische en therapeutische middelen nodig. Tegelijk ontstaat hier een ethisch risico: wanneer documentatie wordt gestuurd door financiële prikkels in plaats van klinische significantie, kan overcodering of vertekening van kwaliteitsindicatoren ontstaan. De officiële ICD-10-CM-richtlijnen benadrukken daarom het belang van volledige, consistente documentatie en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgverlener en codeur; diagnosecodering berust op de door de bevoegde zorgverlener vastgestelde diagnose, niet op een achteraf verzonnen administratieve interpretatie.
Daarom moet het klinische uitgangspunt blijven: eerst de patiënt, daarna de code. Een diagnose verdient vermelding als zij het beleid beïnvloedt, niet omdat zij financieel aantrekkelijk is. Omgekeerd is het klinisch onjuist om relevante comorbiditeit of complicaties niet te documenteren, omdat dit de overdracht, risico-inschatting, kwaliteitsregistratie, epidemiologie en financiering kan vertekenen.
Een CC of MCC is klinisch relevant omdat zij wijst op een bijkomende aandoening of complicatie die de opname ernstiger, complexer, risicovoller of middelenintensiever maakt. De directe invloed op het diagnostisch en therapeutisch beleid komt niet voort uit de administratieve classificatie zelf, maar uit de onderliggende pathofysiologie: comorbiditeiten en complicaties veranderen de differentiaaldiagnose, intensiteit van monitoring, keuze en veiligheid van therapieën, noodzaak tot consultatie, escalatiecriteria en ontslagplanning. Administratief vertalen CC en MCC deze klinische complexiteit naar casemix, vergoeding en kwaliteitsmeting binnen het Amerikaanse MS-DRG systeem. De juiste toepassing vereist daarom klinische validiteit, nauwkeurige documentatie, onderscheid tussen aanwezig-bij-opname en tijdens opname ontstaan, en voortdurende toetsing aan actuele officiële coderingsrichtlijnen.
Clinical Documentation Improvement (CDI) is het zorgvuldige proces waarbij medische dossiers worden gecontroleerd en geoptimaliseerd op volledigheid, nauwkeurigheid en specificiteit. Het zorgt ervoor dat de gezondheidstoestand van een patiënt en de geleverde zorg exact worden weerspiegeld in het dossier.
Clinical Documentation Improvement vormt de directe brug tussen de medische taal van een arts en de strikte codeertaal van internationale standaarden zoals ICD-10-CM en ICD-10-PCS. Medisch codeurs mogen uitsluitend coderen wat expliciet in het dossier staat; zij mogen geen medische aannames doen.
Clinical Documentation Improvement in het MS-DRG systeem staat of valt met de kwaliteit en de specificiteit van de medische dossiervoering. Codeurs mogen niet zelf aannames doen op basis van labowaarden; alles moet expliciet, klaar en duidelijk door de behandelende arts zijn opgeschreven in het medisch dossier. Bij wijze van illustratie, enkele voorbeelden in verband met het Amerikaanse MS-DRG systeem.
Codeurs kunnen (mogen) symptomen (zoals 'kortademigheid') niet omzetten naar een zware DRG in het MS-DRG systeem.
Noteer altijd de onderliggende oorzaak.
Het specificeren van de fase van een ziekte bepaalt vaak of een code als CC of MCC wordt geclassificeerd in het MS-DRG systeem.
Gebruik duidelijke causale verbanden zoals als gevolg van, secundair aan, of gerelateerd aan.
Elke secundaire diagnose moet voldoen aan de criteria voor codering in het MS-DRG systeem. Toon aan dat de diagnose relevant is door te documenteren dat deze leidt tot:
Ondervoeding is een van de meest gemiste MCC's in medische dossiers in het MS-DRG systeem.
Problemen met medische hulpmiddelen moeten expliciet gekoppeld worden aan de complicatie.
Correcte medische dossiervoering is cruciaal voor de classificatie van patiënten in zogenaamde DRG's (Diagnosis-Related Groups). De aanwezigheid van een CC of MCC bepaalt (mee) de zwaarte van de zorg in het MS-DRG systeem. Dit heeft een directe impact op de complexiteit van de behandeling, het risico op overlijden en de financiële impact van de ziekenhuisopname.
In België, met zijn APR-DRG systeem, heeft een niet-correcte medische dossiervoering een negatieve weerslag op de Minimale Ziekenhuis Gegevens (MZG) en bijgevolg het Budget Financiële Middelen (BFM). Aangezien het bij het Belgische Budget Financiële Middelen (BFM) om een gesloten enveloppe gaat, is het verlies van het ene ziekenhuis ook de winst voor een ander ziekenhuis. Onzorgvuldige of onvolledige medische dossiervoering in een ziekenhuis kan dan ook een ziekenhuis in financiële problemen brengen en de financiële problemen van een ander Belgisch ziekenhuis verminderen. Wat niet uit het medisch dossier (BFM) kan worden gefinancierd moet dan zo nodig noodgedwongen door besparingen op uitgaven of via de afdrachten van de artsen (retrocessie) worden gecompenseerd.
The information contained in this website is for general information purposes only.
All views expressed on this site are my own and do not represent
the opinions of any entity whatsoever with which I have been, am now, or will be affiliated.
The information is provided by me in good faith and while I endeavor to keep the information up to date and correct,
I make no representations or warranties of any kind, express or implied, about the completeness,
accuracy, reliability, suitability or availability with respect to the website or the information,
products, services, or related graphics contained on the website for any purpose.
Any reliance you place on such information is therefore strictly at your own risk.
Any information on this website is provided in good faith but no warranty can be
made for its accuracy. As this is a work in progress, it is still incomplete
and even inaccurate. Although care has been taken in preparing the information
contained in my webpages, I do not and cannot guarantee the accuracy thereof.
Anyone using the information does so at their own risk and shall be deemed
to indemnify me from any and all injury or damage arising from such use.
In no event shall I be liable for any loss or damage including without limitation, indirect or consequential loss or damage, or any loss or damage whatsoever arising from loss of data or profits arising out of, or in connection with, the use of this website.
Through this website you are able to link to other websites which are not under the my control. I have no control over the nature, content and availability of those sites. The inclusion of any links does not necessarily imply a recommendation or endorse the views expressed within them.
Every effort is made to keep the website up and running smoothly. However, I take no responsibility for, and will not be liable for, the website being temporarily unavailable due to technical issues beyond my control.
These webpages of course represent only personal interests, opinions and ideas and
were created without a commercial goal. You may download, display, print and copy, any material at this website,
in unaltered form only, for your personal use or for non&45;commercial use within your organization.
Should these webpages or portions of these webpages be used on any Internet
or World Wide Web page or informational presentation, that a link back to
this website
(and where appropriate back to the source document) be established. Send
a short notice by email when you copy these webpages, or part of it for your own use.
To the best of my knowledge, all graphics, text and other presentations
not created by me on my webpages are in the public domain and freely available
from various sources on the Internet or elsewhere and/or kindly provided
by the owner.
If you notice something incorrect or have any questions, feel free to send me an email.
As it takes a lot of time to keep the links updated, some may be outdated, keep me informed if you find outdated links (email address below).
The author of this web page is Peter Van Osta.
Email: pvosta{at}gmail{dot}com