Waarin verschilt de Belgische Minimumindeling van het Algemeen Rekeningenstelsel voor Ziekenhuizen (MARZ) van de Belgische Minimumindeling van het Algemeen Rekeningenstelsel (MAR)?
Het rechtskarakter, de inhoudelijke opbouw en de rapporteringsfunctie van MARZ ten opzichte van de gewone MAR.
Inleiding: MARZ is geen tweede “algemene” MAR, maar een sectorspecifieke MAR
De Belgische Minimumindeling van het Algemeen Rekeningenstelsel voor Ziekenhuizen (MARZ) verschilt van de gewone Belgische Minimumindeling van het Algemeen Rekeningenstelsel (MAR) vooral omdat MARZ niet vertrekt van een generieke onderneming, maar van de economische realiteit van een ziekenhuis: ziekenhuisfinanciering, prestaties aan patiënten, tussenkomst van verzekeringsinstellingen, artsenhonoraria, ziekenhuisapotheken, infrastructuursubsidies, verplichte kostenplaatsen en rapportering aan de overheid. De FOD Volksgezondheid omschrijft MARZ expliciet als “de sectorale aanpassing voor de ziekenhuizen” van de MAR, vastgelegd in het KB van 14 augustus 1987 en laatst gewijzigd via het KB van 4 juli 2024.
Een belangrijke nuance is dat “de MAR” vandaag niet één homogeen model is. Voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen publiceert de CBN een MAR waarin klasse 1 begint met 10 Kapitaal, 11 Inbreng buiten kapitaal en 13 Reserves. Voor verenigingen en stichtingen bestaat een afzonderlijke MAR V&S, waarin klasse 1 begint met 10 Fondsen van de vereniging of stichting, 13 Bestemde fondsen en andere reserves, 14 Overgedragen resultaat en 15 Kapitaalsubsidies. De hervorming van MARZ vanaf boekjaar 2026 sluit volgens de omzendbrief van 1 oktober 2024 uitdrukkelijk aan bij de MAR voor verenigingen en stichtingen, maar behoudt ziekenhuisterminologie en ziekenhuislogica.
1. Verschil in rechtskarakter en toepassingsgebied
De gewone MAR is een algemeen boekhoudkundig minimumkader. Het KB van 21 oktober 2018 bepaalt dat het rekeningenstelsel moet worden ingericht en genummerd volgens de minimumindeling, maar laat toe dat de omschrijving van rekeningen wordt aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, het vermogen, de opbrengsten en de kosten; niet-dienstige rekeningen hoeven niet te worden opgenomen.
MARZ is strikter en sectoraler. De FOD Volksgezondheid stelt dat ziekenhuizen verplicht zijn specifieke ziekenhuisboekhoudregels na te leven, waaronder bijzondere waarderingsregels en een aangepast rekeningenstelsel. De FAQ van april 2026 verduidelijkt bovendien dat de federale sectorale boekhoudregeling geldt voor algemene en psychiatrische ziekenhuizen, ongeacht of het ziekenhuis privaat- of publiekrechtelijk is; voor ziekenhuis-vzw’s primeert de sectorale ziekenhuisregeling doordat die hervormd werd om “gelijkwaardig” te zijn aan het gemeen boekhoudrecht voor vzw’s.
Daarmee is het eerste verschil principieel: de gewone MAR is een algemeen minimumkader, terwijl MARZ een verplicht sectorinstrument is voor ziekenhuizen. MARZ moet dus niet alleen een jaarrekening mogelijk maken, maar ook uniforme ziekenhuisdata leveren voor beleid, toezicht en financiering. De omzendbrief zegt dit uitdrukkelijk: de sectorale regels dienen zowel als managementinstrument voor het individuele ziekenhuis als voor uniforme data via de Finhosta-gegevensopvraging.
2. Verschil in terminologie: van kapitaal en reserves naar fondsen van het ziekenhuis
In de klassieke MAR voor ondernemingen is klasse 1 duidelijk vennootschapsrechtelijk gekleurd: 10 Kapitaal, 100 Geplaatst kapitaal, 101 Niet opgevraagd kapitaal, 13 Reserves en verwante rubrieken. MARZ vervangt die logica door ziekenhuis- en non-profitterminologie: 10 Fondsen van het ziekenhuis, met 100 Beginvermogen en 101 Permanent toegekende schenkingen, legaten en subsidies; daarnaast 13 Bestemde fondsen en 14 Overgedragen resultaat.
De MARZ-definities maken duidelijk waarom dit meer is dan woordkeuze. “Fondsen van het ziekenhuis” omvatten het beginvermogen en duurzame inbreng door derden, bijvoorbeeld permanente schenkingen, legaten en subsidies; die worden onderscheiden van kapitaalsubsidies voor investeringen, bestemde fondsen voor een specifiek doel en werkingssubsidies in de opbrengstenrekening. De omzendbrief verklaart ook waarom “bestemde fondsen” de vroegere vennootschapsachtige term “reserves” vervangt: bestemde fondsen zijn middelen met een specifieke bestemming door beslissing van het bestuursorgaan en kunnen enkel voor dat doel worden gebruikt.
3. Verschil in detaillering van subsidies, financiering en publieke bevoegdheden
Een ziekenhuis wordt gefinancierd via een veelheid van bronnen: federale overheid, gefedereerde entiteiten, RIZIV-mechanismen, infrastructuurforfaits, artsenhonoraria, patiënten, verzekeringsinstellingen en soms lokale overheden. MARZ vertaalt dat in afzonderlijke rekeningen. Zo splitst MARZ kapitaalsubsidies in subrekeningen voor onder meer federale overheid, provincie, stad/gemeente, OCMW, gefedereerde entiteiten, ziekenhuisartsen, Europese en internationale instanties en overige derden. De gewone MAR kent wel kapitaalsubsidies, maar niet deze sectorspecifieke opsplitsing naar ziekenhuisfinancieringsbronnen.
Ook de opbrengstenzijde is fundamenteel anders. In de gewone ondernemings-MAR is 70 Omzet in hoofdzaak “verkopen en dienstprestaties”. In MARZ wordt omzet concreet ingevuld met ziekenhuisrekeningen zoals 700 Budget van Financiële Middelen (BFM), 701 geraamd inhaalbedrag BFM, 702 kamersupplementen, 703 forfaits RIZIV-overeenkomsten, 707 globaal prospectief bedrag en 708/709 honoraria van artsen, tandartsen, verpleegkundigen en paramedici.
Dit is een van de meest wezenlijke verschillen: MARZ bevat rekeningen die rechtstreeks aansluiten bij de Belgische ziekenhuisfinanciering. De MARZ-definities geven bijvoorbeeld gedetailleerde boekingslogica voor inhaalbedragen van het Budget van Financiële Middelen, inclusief het onderscheid tussen geraamde en definitieve bedragen en de verwerking via rekeningen 403, 443, 7010, 7011, 664 en 764.
4. Verschil in activa: ziekenhuisinfrastructuur en medische uitrusting worden afzonderlijk zichtbaar
De gewone MAR groepeert materiële vaste activa op algemene wijze: terreinen en gebouwen, installaties, machines en uitrusting, meubilair en rollend materieel, leasing, overige materiële vaste activa en activa in aanbouw. MARZ behoudt de hoofdstructuur, maar maakt ze ziekenhuisgericht. Zo splitst MARZ 23 Installaties, machines en uitrusting in 230 Medische installaties, machines en uitrusting, 231 Niet-medische installaties, machines en uitrusting en 232 Informaticamaterieel. De definities preciseren dat medische installaties bijvoorbeeld operatietafels, speciale bedden en monitoring omvatten, terwijl niet-medische uitrusting onder meer keuken-, wasserij-, tuin-, sterilisatie-, onderhouds- en kantooruitrusting omvat.
Vanaf boekjaar 2026 wijzigt ook de behandeling van geactiveerde intercalaire intresten. Nieuwe intercalaire intresten worden niet langer als aparte oprichtingskosten op 203 geboekt, maar op de activarekening waarop ze betrekking hebben; oudere bedragen blijven in een uitdoofscenario. Daarnaast starten afschrijvingen voor investeringen vanaf 2026 pro rata vanaf de maand na ingebruikname, en worden afschrijvingstermijnen in jaren en maanden uitgedrukt.
Nota: Intercalaire interesten zijn de rentekosten die je betaalt over een lening in de periode tussen het afsluiten van het krediet en het moment dat de reguliere maandelijkse aflossingen (de amortisatie) beginnen. Dit komt vaak voor bij bouwprojecten of grote investeringen.
5. Verschil in voorraad- en aankooprekeningen: ziekenhuisapotheek, medisch materiaal en logistiek
De gewone MAR kent algemene voorraadcategorieën zoals grondstoffen, hulpstoffen, goederen in bewerking, gereed product en handelsgoederen. MARZ vertaalt voorraad en aankopen naar ziekenhuisprocessen. In klasse 3 staan onder meer 310 Farmaceutische producten, 311 Andere niet-steriele medische producten, 316 Linnen, beddengoed en textiel en 317 Voeding en leveringen voor keuken.
In klasse 6 is dit nog uitgesprokener. MARZ bevat bijvoorbeeld 600 Aankopen van farmaceutische producten, met subrekeningen voor normale farmaceutische specialiteiten, radio-isotopen, steriele medische gassen, steriele materialen, magistrale bereidingen en andere farmaceutische producten. Daarnaast bevat MARZ afzonderlijke rekeningen voor niet-steriele medische producten, bloed/plasma, gipsverbanden, reagentia, medisch afnamemateriaal, specifieke leveringen voor eredienst, mortuarium en revalidatie, energie, water, informaticabenodigdheden, linnen en voeding.
6. Verschil in vorderingen en schulden: patiënten, verzekeringsinstellingen, artsen en BFM
De gewone MAR spreekt bij klasse 4 in algemene termen over handelsvorderingen, handelsdebiteuren, te innen wissels, overige vorderingen en handelsschulden. MARZ vervangt dit door ziekenhuisactoren. Vorderingen voor prestaties worden uitgesplitst in 400 Patiënten, 402 Verzekeringsinstellingen, 403 Inhaalbedragen Budget van Financiële Middelen, 404 Te innen opbrengsten en verwante rekeningen.
Aan de schuldenzijde verschijnen eveneens sectorspecifieke rekeningen: 443 Inhaalbedragen BFM, 445 Artsen – Tandartsen – Verpleegkundig personeel en Paramedici, 460 Vooruitbetalingen van patiënten en 481 Deposito’s van patiënten ontvangen in contanten. De MARZ-definities bepalen ook wie onder “verzekeringsinstellingen” valt: mutualiteiten, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV), HR Rail, OCMW’s, de Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid, verzekeringsondernemingen enzovoort.
7. Verschil in personeels- en honorariarekeningen
De gewone MAR verdeelt personeelskosten klassiek in bestuurders/zaakvoerders, directiepersoneel, bedienden, arbeiders en andere personeelsleden. MARZ gebruikt de personeelscategorieën van de zorgsector: medisch personeel, vak- en dienstpersoneel, administratief personeel, verpleegkundig en verzorgend personeel, paramedisch personeel en ander personeel.
Bovendien bevat MARZ een afzonderlijke logica voor honoraria. Rekening 619 dient voor vergoedingen aan artsen, tandartsen, verpleegkundig personeel en paramedici, terwijl opbrengstrekeningen 708 en 709 het verschil weerspiegelen tussen externe inning/retrocessionering en centrale inning door het ziekenhuis. De MARZ-definities preciseren dat 709 betrekking heeft op honoraria die voor 100% door het ziekenhuis worden gefactureerd, en dat de vergoeding van zelfstandige artsen via rekening 619 loopt; loontrekkende artsen worden daarentegen via de personeelsrekeningen 62X0 geboekt.
8. Verschil in resultatenrekening: recurrent/niet-recurrent en ziekenhuisopbrengsten
Vanaf boekjaar 2026 wordt in de ziekenhuisboekhouding de vroegere afzonderlijke categorie “uitzonderlijke resultaten” geschrapt. De resultatenrekening wordt opgebouwd rond bedrijfs- en financiële resultaten, telkens met een onderscheid tussen recurrent en niet-recurrent. Dit sluit aan bij de bredere hervorming in het algemeen boekhoudrecht, maar MARZ past dit toe op ziekenhuisrubrieken zoals BFM-herzieningen, subsidies, honoraria en ziekenhuisfinanciering.
De omzendbrief stelt uitdrukkelijk dat rekeningen van klasse 7 en rubriek 73 worden afgestemd op de MAR V&S en op de realiteit van bevoegdheidsverdeling en infrastructuurfinanciering door gefedereerde entiteiten. Kapitaal- en intrestsubsidies die vroeger onder financiële opbrengsten vielen, worden voortaan als bedrijfsopbrengsten onder rubriek 73 geboekt; bedrijfssubsidies verhuizen eveneens van rubriek 74 naar rubriek 73.
9. Verschil in analytische dimensie en rapporteringsfunctie
De gewone MAR is in essentie een genormaliseerd rekeningenstelsel. MARZ is tegelijk een rekeningenstelsel én een gegevensstructuur voor ziekenhuisbeheer en overheidsrapportering. De omzendbrief noemt verplichte kostenplaatsen, inclusief opgelegde nummering, als typisch voor de sector. Ze vermeldt ook dat de Finhosta-inzameling wordt aangepast vanaf de opvraging 2026.
De MARZ-definities erkennen daarnaast dat ziekenhuizen met afzonderlijke analytische of managementboekhouding klassen 8 en/of 9 kunnen gebruiken. Dit bevestigt dat MARZ niet alleen op externe jaarrekeningpresentatie is gericht, maar ook op kostentoerekening, ziekenhuisbeheer en beleidsgegevens.
10. Overgang 2025/2026: niet louter een andere lijst, maar een conversie-oefening
De hervormde MARZ wordt vanaf boekjaar 2026 toegepast. De FAQ bepaalt dat balansrekeningen op 1 januari 2026 worden geopend in het aangepaste rekeningenstelsel, met bijzondere aandacht voor klassen 1 tot en met 5, en dat de concordantietabel daarbij een hulpmiddel is. De FAQ laat zowel een extracomptabele als intracomptabele overgang toe, maar vereist reconciliatie tussen 31 december 2025 en 1 januari 2026; de revisor ziet toe op correctheid en validiteit.
Belangrijk is dat dit volgens de FAQ in principe classificatieverschillen betreft zonder resultaatimpact: het eigen vermogen per 31 december 2025 blijft gelijk aan het eigen vermogen per 1 januari 2026.
Conclusie
MARZ verschilt van de gewone MAR op drie niveaus:
- Ten eerste is er een juridisch en institutioneel verschil: MARZ is de verplichte sectorale minimumindeling voor algemene en psychiatrische ziekenhuizen, terwijl de gewone MAR een algemeen boekhoudkundig kader is.
- Ten tweede is er een inhoudelijk verschil: MARZ vervangt generieke ondernemingsrubrieken door ziekenhuisrubrieken voor fondsen, subsidies, BFM, patiënten, verzekeringsinstellingen, artsenhonoraria, medische uitrusting, ziekenhuisapotheek en personeelscategorieën.
- Ten derde is er een functioneel verschil: MARZ dient niet alleen de jaarrekening, maar ook ziekenhuisbeheer, kostenplaatsen, Finhosta-rapportering en beleidsmatige vergelijkbaarheid.
Kernsamenvatting: MARZ is de gewone MAR niet plus enkele extra ziekenhuisrekeningen; het is een ziekenhuisgerichte vertaling van het gemeen boekhoudrecht, vooral geënt op MAR V&S, met bijkomende verplichte detaillering waar de ziekenhuisfinanciering, zorgorganisatie en overheidsrapportering dat vereisen.
Bibliografie
- FOD Volksgezondheid, Ziekenhuisboekhouding — overzichtspagina met MARZ, omzendbrieven, Excel-/PDF-/Word-bestanden, definities en FAQ.
- FOD Volksgezondheid, MARZ in PDF — met aanpassingen december 2025.
- FOD Volksgezondheid, Omzendbrief van 1 oktober 2024: belangrijke wijzigingen aan de boekhoudregelgeving van toepassing op de ziekenhuizen vanaf boekjaar 2026.
- FOD Volksgezondheid, Definities van de inhoud en gebruik van de rekeningen opgenomen in het algemeen rekeningenstelsel voor de ziekenhuizen.
- FOD Volksgezondheid, FAQ Ziekenhuisboekhouding — april 2026.
- FOD Volksgezondheid, Budget van Financiële Middelen (BFM).
- FOD Volksgezondheid, Finhosta.
- Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN), Minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel voor boekhoudplichtige ondernemingen andere dan verenigingen en stichtingen.
- Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN), Minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel voor verenigingen en stichtingen.
- Koninklijk besluit (KB) van 21 oktober 2018 tot uitvoering van artikelen III.82 tot en met III.95 WER.
- Instituut van de Bedrijfsrevisoren, bericht over de publicatie van de KB’s van 4 juli 2024 en 9 juli 2024 in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2024.